Een goeie vier jaar geleden schreef ik al eens een post over het verbeteren van het signaal van je draadloze router. Het bleek een heel populaire post te zijn, nog steeds een van de meest gelezen posts van deze blog. Vooral via zoekmachines komen mensen bij die post terecht. Veel mensen zitten dus duidelijk met problemen met het signaal van hun draadloos netwerk. Vandaar dus dit vervolg met nog een andere oplossing.
Onlangs kwam ik op de blog van Michel Vuijlsteke een post tegen over een andere manier om je signaal te verbeteren. En deze keer gaat het over een oplossing voor de computer in plaats van de router. Je hebt er enkel een GSM (niet eens een smartphone) en een ethernetkabel voor nodig. Uitleg in het onderstaand filmpje:
Ik heb het zelf niet uitgetest, maar voor mensen met ontvangstproblemen misschien wel het proberen waard.
Vorige week ben ik begonnen met de lessen Powerpoint. Ik begin die lessen altijd met ongeveer drie kwartier tips en voorbeelden over presenteren op zich. Daarbij verwijs ik altijd naar Presentation Zen van Garr Reynolds, maar daar wil ik het hier niet over hebben.
Een van de tips van Garr Reynolds is het gebruik van een presenter om zo vrij rond te kunnen lopen. Ook die tip geef ik mijn studenten en toon dan steeds de presenter die ik zelf gebruik. En ik dacht: waarom er ook geen blogpost over schrijven? Iedereen die vaak presentaties geeft zou eigenlijk een presenter moeten gebruiken.
Ik gebruik zelf de Logitech R400 en ben daar zeer tevreden van. Hij ligt goed in de hand en werkt zowel met Mac als Windows. Er zitten niet al te veel opties op, maar meer heb ik niet nodig. Je kunt ermee naar de volgende en vorige slide, je presentatie starten of je presentatie op zwart zetten (een tip om de aandacht van het publiek vast te houden als je eventjes van de slides afwijkt). Daarnaast bezit hij ook een laserpointer en kun je er redelijk ver mee weglopen. Zelfs in de grootste klaslokalen van de KHBO kan ik nog probleemloos helemaal achteraan mijn slides bedienen. En dan spreken we toch makkelijk over een 10-15 meter. Ten slotte is er ook een batterij-indicator die aangeeft of je batterij bijna leeg is. Ik gebruik mijn presenter nu ongeveer een jaar en hij geeft nog altijd vol aan, dus de batterij gaat in elk geval lang mee.
De R400 werkt natuurlijk draadloos en gebruikt daarvoor een USB-dongle die perfect past in de onderkant van de presenter, zoals je op de foto hiernaast kunt zien. Dit werkt op elke PC met een vrije usb-poort en zonder software te installeren, wat niet altijd het geval is met bluetooth-presenters. Alleen niet vergeten om hem na een presentatie weer uit de computer te halen. De R400 wordt ook geleverd met een passend hoesje, zodat je hem zonder zorgen in je tas kunt gooien.
Mocht je deze (of een andere) presenter willen kopen, dan kan ik de online shop van Coolblue aanraden. Zelf heb ik hem (en veel andere zaken) daar ook gekocht en ben zeer tevreden van de service. En mocht je heel ver van je computer staan of graag een timer met trilfunctie willen, dan is er nog altijd de Logitech R800.
Gisteren heb ik een presentatie gegeven over Facebook voor de Stedelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking (SROS) van Oostende. De presentatie kun je hieronder bekijken.
Facebook heeft vrijdag enkele nieuwigheden aangekondigd. De meest in het oog springende is Timeline. Voorlopig is dit enkel beschikbaar voor developers, maar aangezien ik vroeger al eens een app gemaakt had voor Facebook kon ik het dus al onmiddellijk uittesten. Onderaan het artikel vind je ook hoe je zelf Timeline kan activeren.
Op het eerste zicht doet Timeline me denken aan een online dagboek, met de belangrijke gebeurtenissen in je leven, foto’s, filmpjes, plaatsen waar je bent geweest, berichten die je hebt geschreven enzovoort. Het is heel leuk om je ganse leven op één plaats te kunnen herbeleven en dingen die je al vergeten was opnieuw te ontdekken.
Het gevaar zit er hem natuurlijk in dat het online is én heel makkelijk doorzoekbaar. En ja, je kunt heel makkelijk zaken uit je Timeline verbergen of verwijderen. En ja, je kunt bij elk onderdeel instellen wie het mag zien. Maar het probleem zit hem in dat “kunnen”: je moet zelf dingen gaan verwijderen of de toegang beperken (mocht je dat nog niet gedaan hebben). Het wordt op deze manier natuurlijk heel makkelijk voor anderen om te zien wat jij allemaal gedaan hebt. Het doet me denken aan onderstaand filmpje (en dat was dan nog maar de oude Facebook).
Het wordt nog erger als je kijkt naar de vernieuwde Open Graph Apps. Daarmee kun je artikels lezen van kranten, muziek beluisteren via Spotify, spelletjes spelen enzovoort. Het sociale zit in het automatisch delen van de artikels die je leest, de muziek die je beluistert of het spel dat je speelt in je Timeline. Er is geen knop meer die je moet indrukken! Wanneer je op een artikel klikt, verschijnt het onmiddellijk in je Timeline! Best dus twee keer nadenken voor je zomaar een artikel aanklikt, want iedereen komt te weten wat je gelezen hebt. Je kunt het nadien wel weer verwijderen uit je Timeline, maar het heeft er dan wel even ingestaan.
Op zich ben ik wel positief over de Timeline, maar het wordt nog belangrijker om goed na te denken voor je iets op Facebook plaats, of zelfs maar op Facebook leest of beluistert!
Wil je meer informatie, dan kun je de Keynote bekijken of je kunt ook zelf al aan de slag gaan met de Timeline met de instructies op http://techcrunch.com/2011/09/22/how-to-enable-facebook-timeline/. Let wel op: je bent dan bezig als developer met een testomgeving. Er kunnen dus de nodige bugs in zitten. Ik ben er zelf nog maar eentje tegengekomen.
Sinds een maand loop ik uitsluitend nog met een iPhone 3GS (en toebehoren) om alle data te verzamelen. Tijd dus om hier even mijn ervaringen neer te pennen.
Toen ik pas begon te lopen (ondertussen al 8 jaar geleden, van de iPhone was er nog lang geen sprake) gebruikte ik gewoon een horloge om te timen hoe lang ik moest lopen. Op dat moment ging dat nog over minuten. Al snel vond ik dat dit toch niet echt volstond en wilde ik graag ook hartslag en afstand kunnen meten. Na wat opzoekingswerk viel mijn keuze op een Suunto t3 met footpod om te lopen en een extra fietssensor voor mijn racefiets. Op die manier heb ik een aantal jaren zonder problemen gelopen.
Anderhalf jaar geleden ontdekte ik Runkeeper, een app voor de iPhone die aan de hand van GPS je loopparcours bijhoudt en meteen doorstuurt naar internet. Dit maakt het heel interessant voor mensen die houden van statistieken (ik ben daar één van). Voordien hield ik zelf manueel statistieken bij in een spreadsheet, maar met Runkeeper gaat dit veel sneller met bovendien ook meer gegevens. Het leuke is dat je die statistieken ook kan delen via Twitter en Facebook. Dit zorgt voor extra motivatie. Je kunt zelfs een Streetteam aanmaken met andere gebruikers van Runkeeper om elkaar te volgen en aan te moedigen.
Tot een maand geleden gebruikte ik zowel Runkeeper op mijn iPhone als mijn Suunto (wel zonder footpod, want Runkeeper registreert de afstand via GPS). De Suunto werd eigenlijk enkel nog gebruikt voor hartslag. Maar tijdens de 10 km van Oostende in juni begon de Suunto vreemd te doen en registreerde een gemiddelde hartslag van 120. Mocht dit kloppen, was ik wel in een heel goede conditie! Tijd dus voor een nieuwe hartslagmeter, en waarom dan niet meteen integreren in Runkeeper?
Na wat opzoekingswerk bleek Wahoo sensoren te maken specifiek voor de iPhone, waaronder een hartslagband. Om die te kunnen gebruiken was er ook een ontvanger nodig die je in de dockconnector steekt. Maar daardoor paste mijn iPhone niet meer in het hoesje dat ik had om te lopen, dus maar meteen ook het specifieke Wahoo-hoesje gekocht. Dit alles (hartslagband, ontvanger en hoesje) heb ik gekocht voor € 169,90 Bij Sport-Tiedje.
Na een eerste training met Runkeeper samen met de Wahoo hartslagband werkte alles perfect, maar miste ik toch de hartslagzones van mijn Suunto. Runkeeper belooft wel dat dit komt, maar plakt er geen datum op. Gelukkige heeft Runkeeper recent zijn systeem ook opengezet voor andere apps. Een van die apps is iSmoothRun, en die heeft wel hartslagzones, naast onder meer autopause, grotere (en dus beter afleesbare) cijfers en weerinfo. De laatste trainingen heb ik afgelegd met iSmoothRun en ben nu eigenlijk volledig tevreden met deze oplossing. Alle gegevens worden na mijn training (kan zelfs live als je wil) onmiddellijk geupload naar Runkeeper en als ik thuis kom staan alle statistieken al klaar om bekeken te worden.
Vandaag heeft De Standaard een nieuwe versie van zijn app voor iOS uitgebracht. En het is eindelijk een goede app geworden, aangepast aan de mogelijkheden van de iPad. De vorige versie was eigenlijk niets meer dan een PDF-viewer en dus compleet onaangepast voor de iPad. Beter dan niks, maar niet veel.
In de nieuwe app bestaat die optie ook nog steeds, maar je kunt nu ook kiezen voor een specifieke iPad-krant, aangepast aan de eigenschappen van de iPad. Je kunt vlot navigeren tussen de verschillende katernen, klikken op een kop opent het artikel, je kunt vlot doorheen een artikel scrollen en foto’s kun je fullscreen bekijken. De layout ziet er uit als een krant en is een mooi afgewerkt geheel. Echt een aangename leeservaring.
Ik heb deze morgen op de trein de krant volledig gelezen en ik vind het zelfs aangenamer lezen dan de papieren krant. Het enige wat ik nog mis is de mogelijkheid om een artikel te bewaren en te delen (via mail, Twitter, Facebook of Google+). Filmpjes invoegen zou misschien ook nog een leuke toevoeging zijn, maar dat mis ik eigenlijk niet echt.
Ook het meest recente nieuws kun je opvragen via een knop rechtsboven. Op de trein lukt dat natuurlijk niet, aangezien ik geen 3G op mijn iPad heb.
Op onderstaande filmpje legt De Standaard het zelf uit, maar als je een iPad hebt kun je hem de ganse maand september gratis uitproberen.
De app werkt ook op de iPhone, maar daar is de leeservaring toch niet zo ideaal als op de iPad. Het blijft daar bij de PDF. De mobiele website van De Standaard is dan wel weer heel goed gemaakt.
Gisteren is er in Kiewit het ondenkbare gebeurd: een heel kort, maar stevig onweer heeft een ware ravage veroorzaakt op het festivalterrein van Pukkelpop. De zware tol staat momenteel op 5 doden, 8 zwaargewonden en tientallen lichtgewonden.
Twitterhulp
Opmerkelijk bij deze ramp was het belang van sociale media, en dan met name twitter. Terwijl de communicatie vanuit de organisatie heel beperkt was, en de traditionele media achter de feiten aanliepen, zorgde twitter voor een niet aflatende stroom nieuws. Maar vooral ook een heleboel hulp.
Net na de ramp begon het op twitter berichten te regenen met de hashtag #pp11 over de gebeurtenissen. Toen de omvang duidelijk werd, begonnen de eerste twitteraars als snel hulp te bieden in de vorm van vervoer en onderdak met de hashtags #hasselthelpt en #ppshelter. Wat later boden ook bedrijven onderdak aan via twitter, zoals Mobile Vikings, het Radisson hotel en Het Belang van Limburg.
Doordat het GSM-netwerk overbelast was, konden veel mensen niemand verwittigen dat ze ok waren. 3G bleef wel de hele tijd werken, en dus ook twitter. Ook heel wat buurtbewoners zetten hun WIFI-netwerk open zodat festivalgangers op internet konden. Al snel werd de hashtag #ppok gelanceerd om te melden dat je ok was. Enkele twitteraars boden spontaan aan om ouders op te bellen van festivalgangers die enkel konden twitteren.
Twitter & de politie
De hulp bleef niet beperkt tot Hasselt. Ook in grote steden als Antwerpen en Gent werd onderdak en vervoer aangeboden voor gestrande festivalgangers. Zo gebruikte Gent de hashtag #genthelpt. Toen enkele twitteraars naar het station Gent Sint-Pieters afzakten om gestrande reizigers op te pikken, heeft Steven De Smet (@DeFlik), de hoofdcommissaris van Politie Gent, heel snel en correct gereageerd. Hij informeerde de twitteraars van de aankomende treinen en het aantal pendelaars en coördineerde met de NMBS en de spoorwegpolitie de actie. Hieronder enkele berichten:
Dit toont aan dat traditionele hulpdiensten en gewone burgers via twitter perfect kunnen samenwerken om anderen te helpen. Hopelijk is dit iets dat meer navolging krijgt. Politie Gent evalueert in elk geval deze samenwerking en kreeg vooral veel foute informatie van de NMBS. Daardoor waren er veel meer helpers dan hulpzoekenden.
Conclusie
Twitter is niet zomaar een gimmick, maar in noodsituaties een heel efficiënt hulpmiddel. Het doet deugd om te merken dat zovelen te hulp schoten en hielpen op de manier die ze konden. Op twitter was een grote solidariteit merkbaar. Hopelijk trekken de hulpdiensten en organisatoren hier lessen uit en zetten ze in de toekomst twitter nog meer in om te informeren en te coördineren met de mensen die willen helpen.
Er is de laatste weken (en maanden) al enorm veel geschreven en gezegd over de iPad van Apple. Nu de iPad er ook effectief is en de eerste ervaringen en applicaties er zijn, is het het een goed moment om alles eens rustig op een rijtje te zetten. De meeste reviews zijn het er over eens dat de iPad een fantastisch apparaat is en zelf ben ik ook zeer enthousiast over de iPad en vooral over de mogelijkheden die het creëert. Ik zie de iPad vooral als een facilitator die een heleboel dingen mogelijk maakt. In deze post wil ik vooral ingaan op de mogelijkheden voor het gebruik van de iPad in het onderwijs.
Lesmateriaal
De iPad is met iBook een ereader, maar niet het soort ereader dat we kennen als de Kindle. En dat maakt het net interessant voor het onderwijs. Daar waar de traditionele ereaders door de eInk beperkt zijn tot statische weergave van boeken, tijdschriften of kranten in zwart-wit, kan het kleurenscherm van de iPad een veel rijkere leeservaring bieden. De toegevoegde waarde van de iPad is dan ook de mogelijkheid tot het toevoegen van audiovisuele content, dynamische content en interactie. Nu bieden veel uitgevers al extra materiaal aan op een website, maar het zou veel beter zijn om dit allemaal te integreren in één digitaal handboek. Een mooi voorbeeld hiervan is de vook die ik in op mijn microblog besproken heb. Ook het concept van Sports Illustrated is met de iPad perfect mogelijk. Aangezien de iPad het open ePub gebruikt voor zijn ebooks, kan elke leerkracht zonder extra kosten zijn eigen lesmateriaal publiceren.
Daarnaast maakt digitaal lesmateriaal het mogelijk om regelmatig updates door te voeren zonder daarvoor een volledig nieuw boek te moeten publiceren. Je zou zelfs kunnen denken aan huurformules voor handboeken in plaats van het verplicht aankopen van boeken. Ook selecties kopen of huren kan nu veel makkelijker. Om nog maar niet te spreken over de voordelen voor het milieu door het beperken van het papier dat gebruikt wordt.
Het eerste bedrijf dat opgericht is met als doel het maken van digitaal lesmateriaal voor de iPad bestaat reeds: Inkling. En het is niet zomaar een klein bedrijfje, want ze hebben al samenwerkingsverbanden met McGraw-Hill en Pearson. Zij beseffen dat een handboek niet hetzelfde is als een leesboek of een magazine. Een handboek lees je niet van begin tot einde en moet steeds kunnen veranderen en up to date gebracht worden. Navigatie is dus zeer belangrijk. De iPad maakt het ook mogelijk om statistische afbeeldingen te vervangen door interactieve figuren. Tussen de tekst kunnen ook tips, links, opmerkingen en toetsen geplaatst worden. Inkling maakt het mogelijk voor docenten om hoofdstukken digitaal uit te delen en zelfs om te zien waar elke student zit in het handboek. Aan studenten biedt het de mogelijkheid om notities te nemen en die ook te delen met medestudenten. Inkling zal ook geen volledige boeken aanbieden in de iTunes store, maar hoofdstukken die docenten zelf kunnen combineren tot een cursus.
Inkling op de iPad
Ook in Nederland is er al een bedrijf bezig met een framework om PDF’s om te zetten in interactieve boeken met video, kaarten, grafieken enzovoort op de iPad. Het framework noemt Stretchpad en is zowel bedoeld voor kranten, tijdschriften als educatieve uitgaves.
Mobiliteit
In tegenstelling tot een laptop of zelfs netbook weegt de iPad heel weinig (700 gram). Heel makkelijk dus om mee te nemen in een tas, daar waar nu veel studenten klagen over het extra gewicht dat ze telkens moeten meezeulen. Het feit dat een iPad 10u meegaat (of zelfs meer dan 140u voor muziek) betekent ook dat hij niet opgeladen hoeft te worden tijdens de les. ‘s avonds aan de stroom hangen is voldoende om hem de volgende dag te kunnen gebruiken zonder een stopcontact. Ook dit is vandaag de dag nog een groot struikelblok bij het gebruik van laptops in de lessen.
Daarnaast is de iPad heel makkelijk overal te gebruiken en met de toevoeging van 3G kan je er ook overal mee online. Zo kan een student een artikel of een stuk lesmateriaal lezen op de trein en er wat notities bij nemen, de notities van de les doornemen of zelfs voor het examen nog vlug even de leerstof doornemen. Men heeft de mond vol van overal en altijd leren, maar met de iPad wordt dit nu voor het eerst ook echt mogelijk.
Veiligheid en stabiliteit
Er komt veel kritiek op het gesloten apps-systeem dat Apple gebruikt voor de iPhone/iPod touch en nu ook gebruikt voor de iPad. Daardoor zou de gebruiker beperkt worden in zijn mogelijkheden. Zelf heb ik nog geen last gehad van die beperkingen, maar belangrijker is dat dit systeem zorgt voor een stabiel en simpel te gebruiken apparaat. Dit zou ook betekenen dat er veel minder softwareproblemen zijn met studentenlaptops, geen virussen, één plaats om de juiste applicaties te vinden en eenduidigheid qua installatie. Nu moeten we voor elk softwarepakket dat de studenten op hun laptop moeten gebruiken een handleiding schrijven voor de installatie. Met de iPad beperkt zich dit tot een link naar de applicatie in de App Store. Daarnaast is een iPad natuurlijk direct bruikbaar wanneer je het uit je tas haalt, daar waar het toch enkele minuten duurt voor een laptop opgestart is (en op het einde van de les weer afgesloten is).
Notities nemen
De iPad beschikt over een virtueel keyboard dat volgens de eerste berichten redelijk goed is, maar daarnaast heeft het de mogelijkheid om er een extern toetsenbord aan te koppelen. Hierdoor is de iPad meteen ook geschikt voor het nemen van notities in de les. Het grote voordeel ten opzichte van een laptop is hier het touchscreen: grafieken of schema’s kunnen simpelweg met je vingers in de notities ingevoegd worden. De microfoon die ingebouwd is in de iPad kan daarbij ook nog eens de lessen opnemen zodat de student later kan terugluisteren. We zouden zelfs kunnen denken aan spraaksoftware die de lessen onmiddellijk omzet in tekst, die de student dan eventueel hier en daar kan bijsturen.
Sommigen zeggen dat de iPad enkel geschikt is om materiaal te consumeren, maar niet te produceren. Als je kijkt naar het iWork-pakket van Apple op de iPad, lijkt me dit helemaal niet het geval. Met Pages krijg je alle mogelijkheden van een tekstverwerker, met Numbers een volledig rekenblad en met Keynote de beste presentatiesoftware. Ondertussen zijn de eerste notitie-apps al beschikbaar op de iPad, zoals CourseNotes (waarvan je een filmpje hieronder kan bekijken) of Audiotorium waarbij ook de spraak wordt opgenomen.
Presenteren
Dankzij de Keynote app en de VGA-adapter kun je met de iPad presentaties maken en ze ook geven. In de eerste plaats kunnen leerkrachten dit gebruiken om lesmateriaal te presenteren, maar dan zonder een laptop mee te nemen of een vaste pc te gebruiken. Dit biedt ook de mogelijkheid om studenten in de les presentaties te laten maken op hun iPad en die dan te laten aansluiten aan de projector om bijvoorbeeld een spreekbeurt te geven.
Het relatief grote touchscreen van de iPad met een zeer grote kijkhoek maakt het ook mogelijk dat meerdere studenten samen aan één iPad werken. Zo kunnen ze bijvoorbeeld makkelijk per twee een artikel/foto/filmpje bekijken en ook allebei de iPad bedienen.
Interactie
Ik zie ook nog een voordeel op het gebied van interactie tussen studenten en docent. Elke leerkracht zal het ermee eens zijn dat opengeklapte laptops voor een muur zorgen tussen de studenten en de docent. De studenten zitten veilig achter hun scherm en de docent kan niet zien wat de student aan het doen is. In een auditorium wordt het helemaal erg: daar zie je als docent de studenten soms niet zitten achter hun laptopscherm. Doordat de iPad plat op de bank ligt (of onder een lichte hoek met een hoes) komt die muur te vervallen. De situatie keert terug naar die zoals met boeken en notities op papier. Voor veel leerkrachten zal dit waarschijnlijk ook makkelijker te aanvaarden zijn dan laptops in de les. Het contact met de studenten zal terug beter zijn.
Apps
Een belangrijke factor bij het al dan niet slagen van de iPad zal bij de ontwikkelaars van software liggen: het is hun taak om het apparaat te vervolmaken. Als zij het potentieel van de iPad ten volle benutten en een heleboel nuttige en inventieve applicaties ontwikkelen zal de iPad ongetwijfeld een succes worden. Gebeurt dit niet, dan blijft het potentieel onaangesproken en zal de iPad waarschijnlijk geen tweede iPhone-succes worden. Gezien de innovatieve apps die er verschenen zijn voor de iPhone en de eerste apps voor de iPad heb ik er echter het grootste vertrouwen in.
Multitasking
De iPad zal binnenkort met het iPhone OS 4 multitasking ondersteunen. Sommigen beweren dat de multitasking die Apple toelaat, niet echt multitasking is. Je kunt het inderdaad niet vergelijken met multitasking op een pc waarbij allerlei vensters om je aandacht vragen, maar dit vind ik net een voordeel. Hierdoor kun je gefocust werken, zonder constant afgeleid te worden. Het is al meermaals aangetoond dat mensen niet kunnen multitasken.
Prijs
Misschien hetgeen de meeste mensen verwonderde was de prijs: voor slechts $499 heb je al een iPad. Voor het onderwijs lijkt 3G me niet noodzakelijk en met 16GB kom je ook al een heel eind. In euro’s zal de prijs waarschijnlijk nog iets lager liggen (ik schat €449) en voor het onderwijs zal je er waarschijnlijk ook nog eens onderwijskorting op krijgen. Hierdoor is de iPad heel betaalbaar: goedkoper dan een laptop en maar net ietsje duurder dan een netbook.
Kritiek
De meeste kritiek die je hoort op de iPad gaat over het ontbreken van Flash (nu multitasking eraan zit te komen). Nochtans ben ik daar zelf wel tevreden mee, want Flash vraagt enorm veel van een computer en met HTML5 is er een veel betere oplossing. Een mooie quote die ik las over het ontbreken van flash, kan ik volledig onderschrijven: It’s not an omission, it’s a mission. En die missie lijkt goed te lukken, als je naar de lijst van sites kijkt die al overgeschakeld zijn op HTML5.
Als afsluiter een filmpje dat bewijst dat Apple 15 jaar geleden al bezig was met het gebruik van tablets in scholen.
Luis Suarez van IBM stuurt geen e-mail meer. Er bestaan volgens hem tegenwoordig een heleboel tools die veel beter geschikt zijn om met elkaar te communiceren en informatie uit te wisselen. En ik ga akkoord met hem. E-mail is niet meer het communicatiemiddel dat de voorkeur geniet bij jongeren. Communicatie vind nu plaats via sociale netwerken (Facebook, Twitter), via Instant Messaging (IM), Skype, wiki’s en blogs.
Hieronder vind je een presentatie van 45 minuten die Luis Suarez gegeven heeft voor collega’s van IBM in Düsseldorf met de titel: Thinking outside the Inbox.
Voor de mensen die geen 45 minuten van hun leven kunnen missen, hieronder de samenvatting met mijn bemerkingen.
E-mail is een slechte manier om met elkaar te communiceren en wordt vaak ook misbruikt. Aan e-mail hangen een heleboel nadelen:
Je hebt geen controle over wat er binnenkomt. Je ondergaat het passief
Het is niet publiekelijk beschikbaar (binnen het team). Informatie gaat op die manier verloren. De oude generatie die een heleboel kennis geeft opgebouwd, gaat binnenkort op pensioen. De nieuwe generatie die begint zal die kennis volledig opnieuw moeten gaan verzamelen. Systemen als wiki’s centraliseren en bewaren die kennis voor de komende generaties.
Het zet niet aan tot verantwoordelijkheid. Jij bent toch de enige die de mail ziet. Niemand kan controleren of je er iets mee doet.
Hoe meer mails je beantwoord, hoe meer mails je krijgt.
Hoe moet het dan wel?
Wil je snelle & directe communicatie, gebruik dan een IM-programma (bij voorkeur gebaseerd op Jabber) zoals Google Talk, iChat, Skype of Live Messenger. Voor persoonlijke communicatie tussen twee personen kan je ook bellen.
Wil je documenten delen, zet je document dan online zodat meerdere mensen het kunnen bewerken in plaats van het constant over en weer te sturen. Mogelijkheden zijn een wiki, Google Docs, Zoho, Basecamp … De link naar het bestand mag je wel nog mailen
Wil je een boodschap sturen naar een heleboel mensen, gebruik dan een blog.
Voor korte berichten gebruik je twitter, Facebook-berichten … Het verschil met e-mail is dat je hier geen attachments kunt aanhangen en ze beperkt blijven tot tekst.Een kort bericht behoeft geen attachments.
Hoe blijf je dan op de hoogte van alles? RSS-feeds
Je beslist zelf wat je volgt en wat niet. Je bent actief betrokken.
Geen last meer van spam.
Alle informatie van veranderingen in wiki’s, blogposts … kun je hier verzamelen
Gebruikt Luis Suarez dan helemaal geen e-mail? Toch wel. Hij leest nog mail, maar stuurt er geen meer. En dan gaat het vooral over notifications. Veranderingen in wiki’s, nieuwe berichten in zijn sociaal netwerk, gedeelde documenten … Mails met bijlages worden automatisch gewist en krijgt hij zelfs niet meer te zien.
Luis gebruikt social software om te communiceren. De software die Luis opnoemt is voornamelijk IBM-software, maar er bestaan een heleboel alternatieven:
Lotus Sametime (IM): hier krijg je veel sneller een antwoord. Het blijft geen dagen liggen voor je antwoord krijgt.
Lotus Notes (e-mail): als verzameling van de notificaties die verschillende systemen sturen.
Oracle Beehive (collaboration-platform): Dit is de plaats om mensen te contacteren die op het moment niet online zijn. Zijn virtueel netwerk.
Blogs: Het CV van Luis is zijn blog. Hij is al twee keer aangenomen voor een job dankzij zijn blog. En dit wordt alsmaar belangrijker, want mensen werken niet langer gans hun leven in één bedrijf. Je netwerk zal je helpen een nieuwe job te vinden.
Twitter: onder andere om te communiceren met zijn managers
Telefoon: voor persoonlijke communicatie tussen twee personen.
Het netwerk
Centraal in het verhaal van Luis Suarez staat zijn netwerk. Een grote groep mensen (1050) waarmee hij in contact staat. Je geeft een stuk aan het netwerk, maar je krijgt er veel van terug. Vragen die aan Luis gesteld worden, komen via Beehive automatisch in zijn netwerk terecht. Als hij niet online is, beantwoorden anderen uit zijn netwerk die vragen. Het netwerk zorgt er ook voor dat je horizon niet teveel verengt. Als je je nog enkel abonneert via RSS op wat jou interesseert, bestaat de kans dat je informatie mist. Het netwerk zorgt ervoor dat belangrijke informatie niet mist. Samenwerking en kennisdeling zijn kenwoorden voor dit concept. Dit betekent ook een volledige andere kijk op auteursrechten. Met het huidige copyright is dit niet mogelijk. Daarom ben ik zelf ook een groot voorstander van Creative Commons en pas ik dit toe op mijn blog, mijn foto’s en mijn tweets.
Eigen mening
Ik ga voor een heel groot stuk akkoord met Luis verteld. E-mail heeft maar een beperkt nut, maar wordt vandaag als een manusje-van-alles gebruikt. Het gebruik van attachments in mails is daar het mooiste voorbeeld van. Vaak (zoniet altijd) is het veel beter om bestanden te delen. De voordelen zijn legio: iedereen werkt op dezelfde versie, geen over en weer mailen, het document is overal en altijd beschikbaar… Zelf ben ik een groot voorstander van wiki’s (ik bewaar er de meeste van mijn notities en teksten in) en Google Docs.
Je mag de komende tijd meer van dit soort posts verwachten. Ik ben al een tijdje bezig met meer en meer van mijn werk online te doen en ik zal hierover berichten op deze blog.
Vandaag zit GM (samen met Ford en Chrysler) in grote problemen door de economische crisis en hun gigantische benzineslurpende SUV’s die niet meer verkopen. Het had echter anders kunnen lopen. Het blijkt dat GM in de jaren ’90 al een volledig elektrische wagen had: de EV1. De EV1 oogste veel bijval bij de klanten die ermee reden en zorgde voor een enorme voorsprong op het gebied van elektrische wagens. GM heeft die kans echter laten liggen door de EV1′s allemaal te vernietigen (op enkele exemplaren na die in musea en universiteiten staan).