ePortfolio (2)

Dit is deel 2 van het verslag van het videoseminarie over ePortfolio (Zie deel 1).

Inzetbaarheid

Bij het inzetten in de praktijk van een ePortfolio, kan dat perfect voor één opleidingsonderdeel (OLOD). Hier moet men echter opletten voor een te grote variatie, wanneer elk OLOD zijn eigen (verschillende) regels gaat opleggen. Een ePortfolio kan ook voor een volledige opleiding ingezet worden, alleen is het dan de vraag of de portfolio voldoende doelgericht is.

Studenten met een portfolio kunnen die hoofdzakelijk op drie momenten tijdens de opleiding benutten. Ze kunnen hun bestaande portfolio aanwenden om een eerder verworven competentie (EVC) of eerder verworven kwalificatie (EVK) te bewijzen en zo bepaalde vrijstellingen te bekomen. Tijdens de opleiding zelf kan een portfolio de toegang tot een stage bepalen en tijdens of na de stage kan de portfolio dienen om het verslag van de stage bij te houden. Op dit laatste kan de stage dan geaccrediteerd worden.

Platform

Op technisch vlak stelt zich de vraag welk platform gebruikt moet worden voor het bijhouden van een portfolio, waarbij de keuze vooral gaat tussen een elektrische leeromgeving (ELO) of Web 2.0 tools die beschikbaar zijn op het net. Beiden hebben hun voor- en nadelen.

Een ELO kan relatief makkelijk gecontroleerd worden door de onderwijsinstelling en zorgt voor uniformiteit. Dit is zeer belangrijk wanneer het doel van de portfolio assessment of learning is. Alle studenten gebruiken dan hetzelfde platform, waarin de onderwijsinstelling al een opgelegde structuur kan integreren. De nadelen hierbij liggen in het feit dat de transfereerbaarheid zeer beperkt, tot onbestaande is en dat de motivatie van de studenten hierbij laag ligt. Studenten moeten echt aangemoedigd worden om een portfolio aan te leggen binnen de ELO en het blijkt dat de studenten hun portfolio na het afsluiten van de studie niet meenemen. Ze beschouwen de opleiding als afgesloten en daarbij ook de ELO.

Net deze twee nadelen, zijn de voordelen van het gebruik van Web 2.0 tools. De studenten zijn een stuk beter vertrouwd met deze tools en bijgevolg ook veel gemotiveerder om deze te gebruiken. Gezien deze tools niet enkel gekoppeld zijn aan de opleiding, blijven de studenten hun portfolio behouden na het afronden van hun studies en kunnen ze die blijven aanvullen met werkervaringen. Een voorbeeld van een geschikte Web 2.0-tool hiervoor is een blog. Het nadeel hierbij is de beperkte vergelijkbaarheid en controle die de onderwijsinstelling hierop heeft. Deze vorm van portfolio is dus niet geschikt voor assessment of learning, maar zeer geschikt voor assessment for learning. De student-ownership is hier immers overduidelijk. Een combinatie van beiden lijkt dus aangewezen, afhankelijk van het doel van de portfolio.

eportfolio2.thumbnail

Toch dient opgemerkt dat niet alle Web 2.0-tools even bruikbaar zijn als portfolio. Zo is een wiki bijvoorbeeld niet bruikbaar als portfolio op zich. Het kan wel als link aan de portfolio toegevoegd worden als voorbeeld van de competentie om samen te werken.

Bezwaren

Het concept van ePortfolio is zeer aanlokkelijk, maar er zijn nog een heleboel praktische bezwaren, zowel van de kant van de studenten als de docenten.

De studenten zien momenteel het nut van een portfolio nog niet in. Portfolios die dienen als assessment of learning willen ze wel bijhouden, omdat er daarop punten staan, maar portfolios waarbij er volledige student ownership is en die dienen ter reflectie worden niet als nuttig beschouwd. Dit komt voor een stuk omdat de bedrijfswereld portfolios nog niet echt gebruikt bij sollicitatiegesprekken en het opvolgen van een loopbaan. Nochtans is een portfolio niet enkel nuttig tijdens een opleiding, maar zou het eigenlijk een prachtig instrument moeten zijn, dat nuttig is gedurende de volledige loopbaan van een persoon. De basis wordt gelegd in het onderwijs, maar nadien kan de portfolio aangevuld worden met werk- en andere ervaringen. Wanneer bedrijven bij sollicitatiegesprekken gebruik zouden maken van de portfolio van de student, zou dit een goede stimulans zijn voor de studenten om meer aandacht te besteden aan hun portfolio.

Ook bij docenten zijn er praktische bezwaren. Enerzijds betekent het opvolgen van alle portfolios een enorme toename van de werkbelasting, die nu al hoog is. Daarnaast moet men alsmaar meer alles kunnen verantwoorden en linken aan vastgelegde competenties. Wanneer de portfolio student-owned is, is het zeer moeilijk om dit in het strakke stramien in te passen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>